Onder "voorland" van een plantage verstaat men in Suriname
een niet ingepolderd stuk land tussen de polderdijk( gewoonlijk de communicatiedam of weg) en de rivier.
In Nederland gebruikt men daarvoor de naam "uiterwaarde".
Aan de westelijke(= Paramaribo-) zijde van de Suriname rivier zijn veel, zoniet alle,
soortgelijke terreinen achteraf ingepolderd dan wel beschoeid en bebouwd met
woonhuizen en/of bedrijfsgebouwen. Zij vormen een aantrekkelijke lokatie voor beide.
Het "voorland van Leliëndaal" is het land te Leliëndaal gelegen tussen de geasfalteerde rijweg
Nw Amsterdam Spieringshoek,
thans geheten de Commissaris Roblesweg, en de Commewijnerivier.
Het voorland van Leliëndaal heeft de vorm van een rechthoekige driehoek,
met als kortste rechthoekzijde in het westen de grens met Plantage Ellen,
met op haar voorland het volkswoningbouwproject Ellen.
De grens bestaat uit een brede loostrens, die uitmondt in de sluis van Ellen.
De langste rechthoekszijde is de genoemde asfaltweg,
terwijl de schuine zijde de rivieroever is.
Het geheel wordt door de sluiskreek van Leliëndaal verdeeld in twee secties, door de
landmeter genoemd Sectie I, het westelijk deel groot bruto 7,2 ha en een oostelijk deel,
Sectie II, groot 3,3 ha.
Het voorland was een vloedbos, begroeid met Parwa, aan de rivierzijde voorzien van een strook Mangrove.Het terrein ligt zo hoog dat het, niet ingepolderd, slechts bij hoge springvloed onder water kwam. Dit springvloedwater bracht steeds veel slib aan, zodat het terrein groter en hoger werd.
De inpoldering van Sectie I werd in September 2001 in eerste fase aangelegd.
Het terrein is
daarom nu beschermd tegen springvloed. Na droging werd de dijk in 2002 geheel afgewerkt en
netjes geprofileerd.
In 1999 werd reeds een vloedkerende dijk aangelegd langs de rivier en de sluiskreek van Sectie II, die in het jaar 2000
werd afgewerkt.
Gedurende de droge tijd van 2001 werd een aanvang gemaakt met de verkavelingswerkzaamheden
van Sectie II.