STATUTEN VAN DE STICHTING BEJAARDENZORG COMMEWIJNE

NAAM,ZETEL EN DUUR

Artikel 1
De stichting draagt de naam: "Stichting Bejaardenzorg Commewijne". Zij is gevestigd in het distrikt Commewijne te Ellen en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL

Artikel 2
Het doel van de stichting is de behartiging van de geestelijke en stoffelijke belangen van bejaarden in Suriname, meer in het bijzonder in het distrikt Commewijne.

Artikel 3
De stichting tracht dit doel te bereiken door de bouw en de exploitatie van een bejaardentehuis te Ellen in het distrikt Commewijne en voorts door alle andere wettige middelen die aan het doel bevordelijk zijn.

GELDMIDDELEN

Artikel 4
De geldmiddelen van de stichting zijn:
BESTUUR

Artikel 5
Het bestuur bestaat uit een oneven aantal leden van tenminste vijf en ten hoogste zeven. Bestuursleden worden bij volstrekte meerderheid van stemmen benoemd en ontslagen door het bestuur op een vergadering waarbij tenminste twee/derden van het aantal bestuursleden aanwezig zijn. Bestuursleden worden de eerste maal benoemd voor een periode van twee jaren. Daarna treedt elke twee jaren een aantal bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een aldus afgetreden bestuurslid kan terstond worden herbenoemd. In tussentijds vacatures wordt op dezelfde wijze voorzien. Hij die tussentijds gekozen is, treedt af op het tijdstip dat degene, in wiens plaats hij gekozen is, zou aftreden.

Artikel 6
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een ondervoorzitter, een secretaris en een penningmeester. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter bij diens ontstentenis, belet of afwezigheid. Voorzitter, secretaris en penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte.

Artikel 7
Aan het bestuur is de leiding van de stichting opgedragen in de meest uitgebreide zin, waaromder begrepen alle daden van beheer en eigendom. De normale dagelijkse werkzaamheden worden uitgeoefend door het dagelijks bestuur. De toestemming van het voltallig bestuur is vereist voor:

Artikel 8
Het bestuur kan zich bij de uitoefening van haar taak doen bijstaan door instellingen, commissies, deskundigen en anderen wier taak door het bestuur duidelijk wordt omschreven.

Artikel 9
Naast het periodiek aftreden volgens rooster, eindigt het lidmaatschap van het bestuur door:

VERGADERINGEN EN BESLUITVORMING
Artikel 10
Het bestuur vergadert minstens zes maal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter zulks nodig acht of twee bestuursleden schriftelijk de wens daartoe aan de voorzitter te kennen geven. Het dagelijks bestuur vergadert als regel eenmaal per maand en verder zo dikwijls als de voorzitter zulks nodig acht. De oproeping tot de vergadering geschiedt door of namens de voorzitter en wel, bijzondere omstandigheden voorbehouden, minstens vijf dagen van te voren.

Artikel 11
Voor het nemen van een geldig besluit is de aanwezigheid van tenminste twee/derde deel van het bestuur vereist op de desbestreffende vergadering. Tenzij in de statuten anders is bepaald worden alle besluiten door het bestuur genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Stemming over personen geschiedt schriftelijk, over zaken mondeling. Bij staking van stemmen heeft, wanneer het personen betreft, een herstemming plaats op een eerstvolgende vergadering met een tijdsruimte van tenminste een week. Bij herhaling beslist het lot. Betreft het zaken dan beslist de voorzitter.
Artikel 12
De bestuursleden genieten geen honorarium voor hun werkzaamheden. Zij kunnen echter een vergoeding ontvangen voor reis-en verblijfkosten, gemaakt in opdracht van het bestuur.
RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 13
Er is een raad van toezicht bestaande uit drie leden, benoemd bij besluit van de meerderheid van het bestuur. Zij hebben zitting gedurende twee jaren en zijn terstond herbenoembaar. Tussentijdse vacatures worden door de raad zelf aangevuld. Het lidmaatschap van de raad eindigt op dezelfde wijze als voor het bestuur. De raad van toezicht houdt op de verrichtingen van het bestuur. Het bestuur is verplicht aan de raad van toezicht alle inlichtingen te verschaffen die zij vraagt.

FINANCIELE VERANTWOORDING
Artikel 14
Van de vermogentoestand van de stichting, van haar ontvangsten en uitgaven en al hetgeen verder haar financien of die haar onderdelen betreft, wordt boek gehouden, op zodanige wijze dat daaruit te alle tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. Voor de eerste maal begint het boekjaar op heden en eindigt op een en dertig december daaraanvolgend.
Artikel 15
Het bestuur stelt jaarlijks in november de begroting op van ontvangsten en uitgaven voor het volgende jaar alsmede een daarbij behorend werkplan. Uitgaven die niet gedekt zijn door een door het bestuur goedgekeurde begroting of een speciaal besluit, komen voor verantwoording van de persoon of personen door wie of in wier opdracht zij zijn geschied.

Artikel 16
Jaarlijks, uiterlijk eind april, stelt het bestuur de door de penningmeester opgemaakte rekening en verantwoording van de verkregen ontvangsten en gedane uitgaven in het afgelopen boekjaar vast, nadat deze door of namens het bestuur is geverifieerd en door de raad van toezicht goedgekeurd. De door het bestuur goeggekeude rekening en verantwoording strekt de penningmeester tot decharge en zal, zo spoedig mogelijk na de vaststelling, eventueel vergezeld van een accountantsverklaring, worden toegezonden aan de particuliere fondsen, instanties en personen, die daadwerkelijk steun verlenen aan het werk van de stichting.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 17
Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast, ter uitvoering van de statuten en ter nadere regeling van onderwerpen die zulks behoeven. In daartoe aanleidinggevende gevallen kunnen bepaalde onderwerpen bij speciale besluiten van het bestuur worden geregeld. Bepalingen van het huishoudelijk reglement en speciale besluiten mogen niet in strijd zijn met de statuten.
WIJZIGING
Artikel 18
Wijzigingen en/of aanvullingen van statuten en huishoudelijk reglement kunnen worden aangebracht bij besluit van het bestuur, genomen op een daartoe belegde vergadering, waarin tenminste drie/vierde van het aantal bestuursleden zich voor het voorstel tot wijziging of aanvulling heeft verklaard. Wijzigingen of aanvullingen mogen nimmer de algemene doelstelling van de stichting aantasten. Zij worden van kracht nadat zij bij notariele akte zijn vastgelegd.
ONTBINDING

Artikel 19
De stichting kan worden ontbonden, indien het niet meer nodig of mogelijk is de doelstelling op zinvolle wijze na te streven. Een besluit tot ontbinding wordt op dezelfde wijze genomen als dat tot wijziging van de statuten.

Artikel 20
Bij ontbinding van de stichting geschiedt de liquidatie onder verantwoordelijkheid van het bestuur of door liquidateuren, die door het bestuur worden benoemd. Na voldoening van alle verplichtingen wordt het batig saldo ter beschikking gesteld voor een doel verwant aan dat van de stichting.
SLOTBEPALING
Artikel 21
In alle gevallen, waarin niet of niet op voldoende wijze is voorzien in de statuten of het huishoudelijk reglement, beslist het bestuur.